26.086 tellers telden op 18.548 locaties tijdens het Grote Vogelweekend 28 & 29 januari 2017. Zo krijgt Natuurpunt een goed beeld van het aantal vogels in onze Vlaamse tuinen. In West-Vlaanderen waren er 4.925 vogeltellers. In totaal werden er in Vlaanderen 508.636 vogels geteld. Meestal gaat het om de gewone soorten: tuinvogels die dagelijks gezien worden. De huismus werd het meest gezien, op podiumplaats nummer 2 staat de merel en de derde plaats gaat naar de kauw. Pas op de 4de en 5de plaats staan de vink en de koolmees. De top 3 van de meest getelde vogels in West-Vlaanderen is dezelfde als de Vlaamse top 3. Plaats 4 en 5 gaan in West-Vlaanderen naar de turkse tortel en de spreeuw. In zowat alle provincies zijn de kaarten grondig geschud door de beperkte aanwezigheid van vinken, koolmezen en pimpelmezen in onze tuinen.

Voor de vogelsoorten aanwezig in tuinen (dus ongeacht het aantal vogels) is de merel net zoals de vorige jaar de winnaar. In 90% van de tuinen vliegen merels. Doordat er in vergelijking met de vorige jaren in 10% minder tuinen koolmezen werden gezien, schoof de roodborst naar de 2de plaats. De pimpelmees zat in 12% minder tuinen. De top 10 van de spreiding van soorten per provincie laat zien dat de huismus en de kauw verhoudingsgewijs in veel minder tuinen aanwezig zijn dan de merel. In West-Vlaanderen zitten kauwen in 45% van de tuinen, terwijl huismus in 55% van de tuinen zit. In 82% van de tuinen fluit een roodborst en in 72% van de tuinen komt een koolmees wat vogelvoer pikken.

Lees alle resulaten op de website: http://vogelweekend.natuurpunt.be/resultaten-2017/